De handhaving op schijnzelfstandigheid is terug
Na jaren van een handhavingsmoratorium controleert de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid onder de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Opdrachtgevers die zzp'ers inhuren terwijl de arbeidsrelatie feitelijk kenmerken heeft van een dienstverband, lopen opnieuw het risico op correcties van loonheffingen en, sinds 2026, op boetes.
In 2025 gold nog een zachte landing: de Belastingdienst kon wel naheffingen opleggen, maar geen verzuim of vergrijpboetes, en correcties werden niet verder teruggevoerd dan 1 januari 2025. Vanaf 1 januari 2026 is dat overgangsregime deels vervallen. Verzuimboetes blijven vooralsnog achterwege, maar vergrijpboetes van 10 tot 100 procent van de nageheven loonheffing zijn nu mogelijk wanneer de inspecteur opzet of grove schuld vaststelt bij de opdrachtgever.
Wat de inspecteur beoordeelt
Bij een controle toetst de Belastingdienst of sprake is van een dienstbetrekking aan de hand van drie kernelementen: een gezagsverhouding, de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten (beperkte vervangbaarheid) en de vraag of de zzp'er ondernemersrisico loopt. Deze criteria kunnen ook worden getoetst via de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie, een hulpmiddel van de Rijksoverheid dat opdrachtgevers een indicatie geeft, zonder dat dit overigens rechtszekerheid biedt.
Bestaande modelovereenkomsten die eerder door de Belastingdienst zijn goedgekeurd, blijven automatisch geldig tot en met 31 december 2029. Nieuwe modelovereenkomsten worden echter niet meer inhoudelijk beoordeeld, waardoor opdrachtgevers zelf verantwoordelijk zijn voor de juiste kwalificatie van de relatie en voor het bewijs daarvan.
De Wet VBAR: een rechtsvermoeden bij lage uurtarieven
Parallel aan de handhaving van de Wet DBA werkt het kabinet aan de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het wetsvoorstel is op 7 juli 2025 bij de Tweede Kamer ingediend en de beoogde inwerkingtreding is verschoven van 1 januari naar 1 juli 2026. Bij een nota van wijziging van 10 maart 2026 is het onderdeel met een apart beoordelingskader voor de arbeidsrelatie geschrapt. Wat overblijft, en waarmee het kabinet haast wil maken, is een wettelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor zzp'ers die werken tegen een uurtarief onder 36 euro, een grens die jaarlijks wordt bijgesteld aan het wettelijk minimumloon. Zzp'ers onder die grens kunnen zich voortaan eenvoudiger op een dienstbetrekking beroepen, waarna de opdrachtgever het vermoeden gemotiveerd moet weerleggen.
Waarom dossiervorming nu het verschil maakt
Of een controle in het voordeel van de opdrachtgever uitpakt, hangt in de praktijk sterk af van het bewijs dat op tafel kan komen. De bewijslast om een rechtsvermoeden van dienstbetrekking te weerleggen, of om aan te tonen dat er geen sprake was van opzet of grove schuld bij een eerdere kwalificatiefout, ligt bij de opdrachtgever. Een los contract in een mailbox is dan onvoldoende. Nodig is een compleet en goed vindbaar dossier per opdracht, inclusief de context waarin is gewerkt.
Belangrijke documenten daarbij zijn de overeenkomst van opdracht met een heldere omschrijving van de te leveren prestatie, correspondentie waaruit blijkt dat de zzp'er zelf werktijden en werkwijze bepaalde, facturen met variabele tarieven of resultaatafspraken, bewijs van meerdere opdrachtgevers en eigen bedrijfsmiddelen, en eventuele KVK en verzekeringsgegevens van de zzp'er. Voor opdrachten die doorlopen tot na 2026 is het raadzaam om ook tussentijdse evaluaties en wijzigingen in de opdracht vast te leggen, omdat de feitelijke uitvoering van een overeenkomst zwaarder weegt dan de tekst ervan.
Bewaartermijn en vindbaarheid
Omdat de Belastingdienst bij een boekenonderzoek meerdere jaren kan terugkijken, is het verstandig om het volledige zzp-dossier minimaal zeven jaar te bewaren, aansluitend bij de fiscale bewaartermijn voor de administratie. Bepalender dan de bewaartermijn alleen is vaak de vindbaarheid: een controle verloopt doorgaans met een beperkte reactietermijn, en dossiers die verspreid staan over e-mail, lokale schijven en losse mappen zijn dan lastig compleet aan te leveren.
Checklist voor opdrachtgevers
- Leg per zzp'er een centraal dossier aan met de overeenkomst van opdracht, facturen en relevante correspondentie.
- Controleer of het uurtarief boven de grens van het rechtsvermoeden ligt, en leg zo nodig vast waarom de relatie geen dienstbetrekking is.
- Documenteer concrete voorbeelden van zelfstandigheid: eigen werktijden, eigen materieel, vervanging door een derde, werken voor meerdere opdrachtgevers.
- Verifieer of een gebruikte modelovereenkomst nog geldig is en tot wanneer, gelet op de verlenging tot 31 december 2029.
- Bewaar het volledige dossier per opdracht minimaal zeven jaar en zorg dat het op korte termijn compleet opvraagbaar is bij een controle.
- Herzie bij langlopende opdrachten periodiek of de feitelijke uitvoering nog overeenkomt met de afspraken op papier.
