CSRD na de Omnibus-richtlijn: nieuwe drempel van 1.000 werknemers en wat u moet documenteren
De Omnibus-richtlijn verhoogt de CSRD-drempel naar 1.000 werknemers, maar de documentatieplicht voor duurzaamheidsdata verschuift naar de keten.

De Omnibus-richtlijn verandert de spelregels
Op 18 maart 2026 is de Omnibus I-richtlijn van de Europese Unie in werking getreden. Dit pakket herziet de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) ingrijpend, nadat veel bedrijven al maanden bezig waren met de voorbereiding op hun eerste duurzaamheidsrapportage. De belangrijkste wijziging is de drempel: waar de oorspronkelijke CSRD gold voor ondernemingen die aan twee van de drie criteria voldeden, meer dan 250 werknemers, meer dan 50 miljoen euro netto-omzet of meer dan 25 miljoen euro balanstotaal, geldt de rapportageplicht na de Omnibus-wijziging alleen nog voor ondernemingen met gemiddeld meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. Voor duizenden Nederlandse mkb-bedrijven die zich al voorbereidden op audits, ketenvragenlijsten en dataverzameling, valt de directe rapportageverplichting daarmee weg. De definitieve tekst werd op 24 februari 2026 door de Raad van de Europese Unie aangenomen en op 26 februari 2026 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU.
Wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven in de tussentijd
Nederland had de oorspronkelijke CSRD nog niet volledig omgezet in nationale wetgeving toen de Omnibus-onderhandelingen begonnen. Het wetsvoorstel Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering ligt sinds januari 2025 bij de Tweede Kamer, maar de plenaire behandeling is aangehouden totdat de Omnibus-wijzigingen in een nota van wijziging zijn verwerkt. In de tussentijd geldt de zogeheten stop-de-klok-regel: alleen organisaties van openbaar belang met meer dan 500 werknemers, denk aan beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars, rapporteren over boekjaar 2025 en boekjaar 2026 nog volgens de oorspronkelijke CSRD-regels. Voor die groep is het eerste duurzaamheidsverslag dus al een feit; het wordt in de loop van 2026 gepubliceerd naast het jaarverslag. Nederland moet de definitieve, versoepelde CSRD-regels uiterlijk op 19 maart 2027 in nationale wetgeving hebben omgezet.
De documentatieplicht verdwijnt niet, die verschuift
Voor de bedrijven die wel onder de nieuwe, hogere drempel vallen, verandert er weinig aan de kern van de rapportageverplichting: iedere claim in het duurzaamheidsverslag moet aantoonbaar zijn. De dubbele materialiteitsanalyse, waarin een onderneming in kaart brengt welke duurzaamheidsonderwerpen financieel relevant zijn en welke impact de onderneming zelf heeft op mens en milieu, vormt daarbij het fundament van de rapportage. De gehanteerde methodologie, de scoringscriteria en het proces van stakeholderconsultatie moeten volledig gedocumenteerd zijn, want de accountant toetst deze onderbouwing bij het afgeven van de assurance-verklaring, in de eerste jaren een verklaring met beperkte mate van zekerheid. De Autoriteit Financiele Markten heeft laten weten in de eerste CSRD-rapportages extra kritisch te kijken naar de onderbouwing van deze materialiteitsanalyse bij beursgenoteerde ondernemingen. Een dossier zonder herleidbare brondocumenten houdt die toets niet.
Ook niet-rapporterende bedrijven krijgen vragen uit de keten
De verhoogde drempel betekent niet dat kleinere en middelgrote bedrijven volledig buiten schot blijven. Een onderneming die zelf niet onder de CSRD valt, kan alsnog data moeten aanleveren aan een grote klant of opdrachtgever die wel rapportageplichtig is, simpelweg omdat die klant de eigen waardeketen in kaart moet brengen. De Omnibus-wijziging introduceert hiervoor het begrip protected undertaking: een onderneming met maximaal 1.000 werknemers die deel uitmaakt van de waardeketen van een rapportageplichtig bedrijf. Deze bescherming beperkt hoeveel informatie een grote afnemer mag opvragen, in de praktijk begrensd tot ongeveer wat de vrijwillige VSME-standaard voor het mkb vraagt. Dat betekent nog altijd dat energieverbruik, personeelsgegevens, leveranciersverklaringen en certificeringen op orde en snel vindbaar moeten zijn zodra een grote klant erom vraagt, vaak met een kort tijdsbestek van enkele weken.
Praktische aanpak voor uw documentbeheer
Of een onderneming nu zelf rapportageplichtig is of alleen data aanlevert aan een grote klant, de onderliggende vraag blijft hetzelfde: kan ieder cijfer of iedere claim in het duurzaamheidsverslag worden onderbouwd met een brondocument. Een aantal punten verdient nu al aandacht, ook als de eigen rapportageplicht door de Omnibus-wijziging is uitgesteld of vervallen.
- Energiefacturen, certificaten en meetgegevens koppelen aan het juiste boekjaar in plaats van los in een postvak of gedeelde map te laten staan.
- Notulen van de materialiteitssessie en de onderliggende risicoanalyse apart archiveren, inclusief de datum en de deelnemers van de stakeholderconsultatie.
- Leveranciersverklaringen en ketenvragenlijsten centraal bijhouden, zodat een verzoek van een grote klant niet leidt tot een zoektocht door e-mailarchieven.
- Bewaartermijnen aanhouden die aansluiten bij de algemene fiscale en civielrechtelijke bewaarplicht van zeven jaar uit het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ook voor documenten die niet direct fiscaal van aard zijn.
Bedrijven die hun duurzaamheidsdossier nu al gestructureerd opbouwen, hoeven bij de volgende drempelwijziging of een hernieuwde vraag uit de keten niet opnieuw te beginnen met het verzamelen van bewijsstukken. Gezien het tempo waarin de CSRD-regels de afgelopen twee jaar zijn aangepast, is dat geen overbodige luxe.


